Across
- 4. smeer je je mee in
- 5. zo ga je er heen
- 6. draag je aan je voeten
- 9. ergens anders gaan eten
- 10. daar loop je in op het strand
Down
- 1. je wordt er nat van
- 2. tegen de zon
- 3. dan je gaat opvakantie
- 6. kleren kopen
- 7. je zussen/broers en vader en moeder
- 8. niet binnen
