Zomervakantie

12345678910111213
Across
  1. 1. Betalen om in een huisje te logeren heet een huisje
  2. 4. De tweede maand van de zomervakantie
  3. 7. Een plaats waar kinderen kunnen gaan spelen
  4. 9. Hoe ga je op reis naar een ver land
  5. 13. Als een kind geboren wordt gaat de mama
Down
  1. 2. Slapen zo lang je wil
  2. 3. Lenthe gaat in dit land op vakantie
  3. 5. Een draadloze computer die je kan meenemen
  4. 6. Niet weten wat te doen
  5. 8. Het pretpark waar Marwane naartoe zal gaan
  6. 10. Kleine diertjes die je veel ziet in de zomer
  7. 11. Een park waar je veel attracties kan doen
  8. 12. Joke gaat dit doen in Duitsland