2.1 Voedingsmiddelen en voedingsstoffen

1234567891011121314
Across
  1. 2. Deze groep bestaat uit alles wat je eet of drinkt, zowel plantaardig als dierlijk.
  2. 4. Voorbeelden hiervan zijn suikers, zetmeel en glycogeen.
  3. 5. stoffen Ze helpen je lichaam om ziekten te voorkomen.
  4. 8. Plantaardige stof die niet verteerd wordt maar zorgt voor een goede darmwerking.
  5. 9. Ze worden opgeslagen onder de huid als je er te veel van binnenkrijgt.
  6. 12. Deze helpt bij het vastleggen van kalk in je botten.
  7. 13. Je lichaam gebruikt ze om nieuwe cellen en weefsels aan te maken.
  8. 14. Stoffen die vooral nodig zijn voor de opbouw van spieren en het cytoplasma.
Down
  1. 1. Kalkzouten, zoals deze, zorgen onder andere voor de opbouw van botten.
  2. 3. Deze worden opgeslagen in je lichaam en pas later gebruikt.
  3. 5. Ze leveren energie aan je lichaam voor bijvoorbeeld beweging en temperatuur.
  4. 6. Ze worden met letters aangeduid en beschermen je tegen ziekten.
  5. 7. Dit zijn de bruikbare bestanddelen in voeding die je nodig hebt voor energie, groei en herstel.
  6. 10. Dit is nodig voor het transport van stoffen in je lichaam en is zelf een bouwstof.
  7. 11. Glucose kan worden omgezet in deze stof en opgeslagen in lever en spieren.