Across
- 5. Alle cellen waaruit een mens is opgebouwd en die dezelfde erfelijke informatie bevatten in hun kern.
- 8. Een nieuwe cel die ontstaat na celdeling en dezelfde erfelijke informatie bevat als de oorspronkelijke.
- 11. In dit type cellen zijn de genen actief voor de productie van hoofdhaar, maar niet voor gal.
- 13. Het moment waarop het genotype van een nieuw organisme ontstaat.
- 14. Factoren zoals leefstijl en omgeving die samen met het genotype het fenotype bepalen.
- 15. De zichtbare en onzichtbare eigenschappen van een organisme, gevormd door erfelijke informatie en omgevingsinvloeden.
Down
- 1. De verzameling van alle genen in een celkern die samen alle erfelijke informatie vormen.
- 2. Genen kunnen ‘hard’ of ‘zacht’ staan, afhankelijk van de functie van de cel; daarmee zijn ze dit.
- 3. De stof waarin de informatie voor erfelijke eigenschappen ligt opgeslagen.
- 4. Dit zijn dunne draden in de celkern die grotendeels uit DNA bestaan en erfelijke informatie bevatten.
- 6. Hierin bevinden zich de chromosomen met erfelijke informatie.
- 7. Iets wat tot uiting komt bij een organisme, bijvoorbeeld oogkleur of bloeddruk.
- 9. Het proces waarbij een cel zich in tweeën splitst, nadat het DNA is gekopieerd.
- 10. Een stukje DNA met informatie voor één erfelijke eigenschap.
- 12. Een type cellen waarin genen actief zijn die gal produceren.
