Across
- 4. Aan wie ga jij al dat snoep uitdelen? (meewerkend voorwerp)
- 5. Zonder erover na te denken
- 8. De grootste uil is de oehoe, maar je ziet ... zelden in Nederland
- 10. De docent gaf de proefwerken terug (lijdend voorwerp)
- 11. instantie die veroordeelden helpt terug in de maatschappij te komen
- 12. tegenstelling van climax
- 15. Wanneer heeft zij zich paardrijden aangeleerd (wwg)
- 18. Voornaamwoord: deze die dit zulke zo'n
- 19. Heb je de armband ... je gisteren droeg, gekregen?
- 20. tegenstelling van asymmetrisch
Down
- 1. degenen die een strafbaar feit plegen
- 2. Tegendraads gedrag
- 3. strafbaar feit
- 5. niet op het slechte pad lopen
- 6. tegenstelling van theoretisch
- 7. De leerlingen kregen de gevraagde toets (lijden voorwerp)
- 9. Vandaag zal ik je veel cadeautjes geven (meewerkend voorwerp)
- 13. tegenstelling van onverantwoord
- 14. Voornaamwoord: wie, wat, welke wat voor een
- 16. Het pinkpopfestival is goed voor Landgraaf, want ... het trekt veel bezoekers
- 17. Voornaamwoord: iemand, iedereen, menigeen
- 21. Guy beloofde Marijke een heerlijk diner. (meewerkend voorwerp)
- 22. tegenstelling van objectief
