De persoonsvorm vinden

12345678910
Across
  1. 2. Jouw vader dolt altijd met jou als je thuiskomt.
  2. 5. Ik pakte een koekje van de schaal.
  3. 6. Dirk draagt altijd een pet naar school.
  4. 8. Wie wil me helpen?
  5. 9. Wij zingen mee met het volkslied.
Down
  1. 1. Mijn moeder koopt een brood.
  2. 3. Peter heeft mijn zus mee uit gevraagd.
  3. 4. Wij lachten hard om zijn grap.
  4. 7. Nadia en Dorien zijn naar de audities van de toneelgroep gegaan.
  5. 9. Ik zoek mijn sleutels.
  6. 10. Ga je mee naar het winkelcentrum?