Across
- 2. Heen en weer zwaaien. Slingeren.
- 4. Zoet gebak.
- 6. Een groente. Het zijn kleine groene kooltjes.
- 7. Als je iets kunt schenken. Bijv. water, olie of limonade.
- 9. Als iemand alleen maar aan zichzelf denkt.
Down
- 1. Spul waardoor je pijn minder voelt. Je wordt er suf van of valt in slaap.
- 3. Narigheid.
- 5. Minder hoeven te betalen dan normaal omdat het uitverkoop is.
- 8. Als je het goed kunt lezen.
