Across
- 3. Je hebt een bakje nodig om het te besturen.
- 4. Je kunt je er in wassen en je kunt er in liggen.
- 5. Gemakkelijk dicht te doen als de zon in je huis schijnt.
- 8. Als het eten klaar is ga je er dan gaan zitten.
- 9. Een voorwerp in de living waaraan je je kunt verwarmen want er komt vuur uit.
Down
- 1. Waar je jouw plasje doet.
- 2. Hierin kun je iets opwarmen.
- 4. Waar je 's avonds in gaat slapen.
- 6. Langwerpig, ding dat zacht is, je kunt er in zitten.
- 7. Waarin je eten klaargemaakt.
- 9. Hierop kun je de tijd oplezen.
