leenwoorden met c/ y/ x/ th

12345678910
Across
  1. 1. Het ..... van het feest was 'Disney', dus ik ging verkleed als Mickey Mouse.
  2. 4. De clowns en de acrobaten treden vanavond op in het .....
  3. 6. Tijdens de vakantie zwommen we in de Atlantische .....
  4. 9. Omdat er tijdens de les gekletst werd, konden sommige leerlingen zich slecht .....
  5. 10. Als ik naar bed ga, trek ik mijn ..... aan.
Down
  1. 2. Hij deed het niet per ongeluk maar ..... Dat was gemeen.
  2. 3. De hoofdstad van de ..... Gelderland is Arnhem.
  3. 5. Mijn ..... is paardrijden. Ik ben echt gek op paarden.
  4. 7. Als je medicijnen nodig hebt, ga je naar de .....
  5. 8. We hadden geen aansteker dus gebruikte ik ..... om de kaarsen aan te steken.
  6. 9. Met ...... en bakstenen metselde de bouwvakker een hoge muur.