Lekker *

12345678
Across
  1. 2. Met zout.
  2. 3. Het plezier dat je van tevoren hebt.
  3. 5. Een beschrijving van hoe je een gerecht klaarmaakt.
  4. 7. Klaarmaken.
  5. 8. Een heel klein beetje, bijvoorbeeld zout.
Down
  1. 1. Dingen klaarzetten en regelen voordat je begint.
  2. 4. Fijn.
  3. 6. Gezellig
  4. 7. Een mengsel waarvan je iets kunt bakken.
  5. 8. De stemming die ergens is. In de klas is er een fijne ....