Across
- 2. Goed, positief.Als iets gunstig is, dan komt het goed uit
- 6. Hard regenen. Er valt in korte tijd veel regen
- 8. De temperatuur die je voelt. Niet de echte temperatuur, maar hoe koud of warm het voelt
- 9. Aanrichten. De reden waarom dingen gebeuren
Down
- 1. Hoe het weer is
- 3. Het niet meer doen. Als het verkeer platligt,kan er niemand meer rijden
- 4. Zachtjes regenen
- 5. Helemaal nat, bijvoorbeeld door de regen of door zweet
- 7. openbaar vervoer Voertuigen waar iedereen in mag meerijden. Het zijn treinen, bussen, metro's, trams en boten
