Across
- 3. / De betogers waren met (*) vijfhonderd aanwezig.
- 4. / Hij (*) dat zij hem gekust heeft, ik geloof er niets van!
- 6. / De leerkracht moet (*) opmerkingen geven en is daarom slechtgezind.
- 10. / Ze haalde (*) cijfers, haar ouders mogen trots zijn!
- 12. / als je niets duidelijk antwoordt, moet je het op een andere manier (*)
Down
- 1. / woord dat een tegenstelling aanduidt
- 2. / Omdat
- 5. / Vaststellen
- 7. / Uitleggen wat iets is
- 8. / synoniem voor ‘ondervinden’
- 9. / Ik hou van toneelstukken die (*) zijn, kort maar krachtig !
- 11. / nog niet zo lang geleden
