Across
- 1. Een grote vogel met prachtige veren.
- 4. Niet groot maar _____.
- 5. Een waterloop door mensen gegraven.
- 7. Een boomsoort.
- 9. Niet warm en niet koud.
- 11. Lieke zegt: Ik ben de keizer van dit _____.
- 13. Ik doe dit op mijn _____.
Down
- 1. Tegen mijn ader zeg ik _____.
- 2. De koeien staan in de _____.
- 3. De lucht is niet blauw maar _____.
- 4. De voetballer schopt _____ tegen de bal.
- 6. Veel sporten is gezond voor je _____.
- 8. Je moet zorg dragen voor het materiaal en niet _____ maken.
- 10. Midden op de _____ stond een geit.
- 12. Ik giet een lekkere _____ over het vlees.
