Across
- 2. Mensen met een lage maatschappelijke positie, gaan minder vaak op vakantie, hebben minder sociale contacten en gaan minder vaak een dagje uit. Dit noem je een lage ______________ participatie.
- 6. Achternaam van de man die de reproductietheorie aantoonde.
- 7. Piet begon als krantenjongen, maar eindigt als directeur. Dit is een voorbeeld van __________ mobiliteit.
- 9. Geldstromen van de overheid dat bedoeld is om bijvoorbeeld de achterstand bij allochtonen kleiner te maken.
- 12. Goed nadenken, telkens bereid zijn om je beeld en oordeel bij te stellen.
- 13. Piet is directeur van het bedrijf waar zijn vader begon als klusjesman. Dit is een voorbeeld van ____________ mobiliteit.
- 14. Theorie die zegt dat je achtergrond en afkomst heel bepalend is voor de status die je als kind krijgt.
- 15. De mogelijkheid om te stijgen of te dalen op de maatschappelijke ladder.
- 16. Een arts, advocaat of rechter staat hoog op de zogenaamde maatschappelijke ___________.
Down
- 1. Autochtonen verplichten hun kinderen op de dichtstbijzijnde school te doen –ook al is dit een zogenaamde ‘zwarte school’, is een voorbeeld van ______________.
- 3. Een ongelijke verdeling van welvaart, macht en sociale privileges (=voorrechten).
- 4. Als je de samenleving indeelt in groepen mensen met verschillende maatschappelijke posities, spreek je van sociale ________________.
- 5. Theorie die zegt dat mensen op basis van hun talenten en inzet kunnen stijgen op de maatschappelijke ladder.
- 8. Een allochtoon voorrang geven bij een sollicitatie omdat er een bepaald percentage van de werknemers allochtoon moet zijn, is een voorbeeld van ____________ discriminatie.
- 10. Iemand die thuis niet gestimuleerd wordt om te studeren, het nieuws te volgen, of die nooit culturele activiteiten onderneemt, heeft een laag ___________.
- 11. Een ander woord voor ‘meedoen’, of ‘deelname’.
