Across
- 1. Een % verandering bereken je met: nieuw - .... / .... x 100%
- 6. De taakverdeling bij bedrijven noemen we ....
- 8. Debiteuren horen bij de .... activa.
- 10. Als goederen elkaar aanvullen, zijn ze ....
- 12. Goederen die in dezelfde behoefte voorzien zijn ....goederen.
- 15. Aan een .... moet een bedrijf nog betalen.
- 20. De hoeveelheid producten die 1 persoon in een bepaalde tijd kan maken.
- 23. Bij .... goederen neemt de vraag af als het inkomen stijgt.
- 25. Ruilen met geld noemen we ook wel .... ruil.
Down
- 1. Bij deze marktvorm kan kartelvorming ontstaan.
- 2. Hoe hoger de prijs, hoe .... het aanbod.
- 3. % verandering van de vraag gedeeld door de % verandering van de prijs.
- 4. De aandelenmarkt is een voorbeeld van een .... markt.
- 5. De gemiste inkomsten als je gaat zwemmen in plaats van gaat werken.
- 7. De lijn die de beschikbare combinaties van 2 producten weergeeft.
- 9. Aan de ....kant van de balans staat hoe de bezittingen betaald zijn.
- 11. Bij deze goederen is de inkomenselasticiteit hoger dan 1.
- 13. De balans is altijd in ....
- 14. De 4 P's zijn plaats, promotie, prijs en ....
- 16. Een marktvorm met maar 1 aanbieder.
- 17. Vraag en aanbod zijn hier gelijk.
- 18. Schoenen zijn een voorbeeld van een .... product.
- 19. Deze lijn loopt dalend.
- 21. Aan de linkerkant (activakant) van de balans staan de .... van een bedrijf.
- 22. Als de vraag toeneemt, verschuift de vraaglijn naar ....
- 24. Als het aanbod afneemt, verschuift de aanbodlijn naar ....
