Across
- 3. Wat je doet met een formulier.
- 5. Een toets of een examen waarbij je moet zeggen wat het antwoord is.
- 7. Als iemand een vraag stelt, moet je ...
- 8. Je gebruikt het woord in een zin als je een reden geeft voor iets.
- 11. Niet precies.
- 14. Je kan ... dit eens proberen.
- 15. werkelijk?
- 17. Een toets waarbij je niet mag praten, je moet de antwoorden opschrijven.
- 18. Wat je altijd moet doen in de klas.
- 20. Een ander woord voor aanwijzen.
- 21. Zorgen dat een fout antwoord, verandert in een juist antwoord.
- 23. Wat je nodig hebt om een taak te maken zonder fouten.
- 24. Heel goed je best doen om goed Nederlands te praten dat is je taal ...
- 25. Een ander woord voor bladzijde.
Down
- 1. volledig
- 2. Als je niet weet wat er in de tekst staat die je leest, kan je het niet ...
- 4. Iets doen of iets maken.
- 6. Een streep trekken door ...
- 9. Ik ben het met je eens, ik ga ... met jou.
- 10. Je moet niet zomaar zeggen dat je dat niet kan, je moet het eerst ...
- 12. Wat al op papier staat nog eens opschrijven.
- 13. Wat ergens in zit, het hoeft geen ding te zijn.
- 16. Kijken naar iets.
- 19. Wat je doet als je meer dan één mogelijkheid hebt.
- 22. Wat heel gewoon is.
