Across
- 3. Heel precies naar iets op zoek gaan
- 7. Het eten dat je meeneemt voor tussen de middag.
- 8. Iets moeilijks. Je kunt het niet meteen oplossen.
- 9. Een tip die je bij een opdracht helpt. Je weet dan beter hoe je iets moet doen of waar je het kunt vinden.
Down
- 1. Een tas die je op je rug draagt
- 2. De beschrijving van hoe je ergens moet komen
- 4. De plek waar een tocht of route eindigt.
- 5. Proberen zoveel mogelijk dingen van dezelfde soort te krijgen.
- 6. Iets vinden of te weten komen wat je nog niet wist.
