Across
- 3. Je kan erop typen.
- 4. Een bericht met een fout.
- 5. De batterij van mijn gsm is leeg. Ik wil mijn gsm opladen. Ik steek de oplader in het ….
- 8. Niet knippen of kopiëren, maar ....
- 11. Windows, Linux, iOS
- 12. Ik steek een HDMI- ….. in de computer.
- 13. Op het internet gaan.
Down
- 1. Apparaat dat documenten afdrukt.
- 2. Je gebruikt het om naar muziek te luisteren. Het zijn niet de oortjes.
- 6. De vuilnisbak van de computer.
- 7. Deleten
- 9. Geef de infinitief van het verbum: Ik start een computer. Ik ... een computer ...
- 10. Zowel een dier als een computeronderdeel.
