Across
- 1. bij oma hoort ...
- 3. bij het eten zitten wij er meestal aan
- 4. houten schoenen, die boeren vaak dragen
- 6. 'smorgens ga ik meestal even onder de .....
- 8. soep eten doe je met een ....
- 9. onder een kopje staat vaak een .....
- 10. aan een hand zitten meestal vijf ....
- 12. rond de tafel staan vaak .....
- 13. dat is zeep speciaal voor mijn haren
- 14. iets wat de pap lekker zoet kan maken
- 15. dat heb ik nodig om mij af te drogen
- 17. wij wonen in een ....
- 19. de dikste vinger van je hand
- 20. Robert is mijn .....
Down
- 2. een groot muziekinstrument met toetsen
- 4. de puzzel, waar ik nu mee bezig ben
- 5. een apparaat waar je films op kunt zien
- 7. hij zegt miauw
- 11. als het in huis koud is, doe ik die aan
- 16. na de middag begint de ......
- 18. hier maak ik mijn haren mooier mee
- 20. slapen doe ik meestal in een ...
