Across
- 3. een fietser
- 6. het is niet erg
- 8. ik voel me niet goed
- 10. daar, ginds
- 12. roepen
- 13. vertragen
- 14. wat is er?
- 15. waarom dan?
Down
- 1. doet je genoeg aan sport?
- 2. thuiskomen, terugkeren
- 4. ik ben bang
- 5. een wiel
- 7. bras = ik heb pijn aan mijn arm
- 9. erg
- 11. te, te veel
