verkleinwoordjes

1234567891011
Across
  1. 3. Hij keek door het kleine…………...
  2. 6. In een klein ………………., 's morgens in de vroegte.
  3. 7. Een kleine koning.
  4. 10. Een auto met chauffeur, die je tegen betaling ergens naartoe brengt.
  5. 11. Tom speelt in een klein……………
Down
  1. 1. Wij hebben thuis een schattig………., het spint de hele tijd.
  2. 2. Kijk uit dat je ……………..met chips niet omvalt!
  3. 4. Regenscherm
  4. 5. Daar waar je dingen kan kopen.
  5. 6. Je kan er mee op zee varen.
  6. 8. Mijn klein zusje is nog maar een ……………….
  7. 9. Lijst van gerechten waaruit je kan kiezen.