Across
- 3. Le voleur avait les bijoux dans ses mains, quand la police est arrivée.
- 4. Vandaag zal er enkel een lokale regenbui uit de lucht vallen.
- 6. Je moet niet naar Gent rijden. Het bedrijf heeft ook een filiaal in de buurt.
- 7. De leerkracht wil de excuses van de leerling niet accepteren.
- 8. De houding van die jongen in de klas is zeer negatief.
Down
- 1. Door een defect aan de waterpomp waren de vissen in het aquarium gestorven.
- 2. Vous n'avez pas répondu à ma question.
- 3. De soldaten zijn op missie naar Syrië vertrokken.
- 5. De leerling was zijn jas vergeten in de klas.
- 9. Stel je niet zo egoïstisch op: denk ook eens aan een ander.
