Vul in!

12345678910111213
Across
  1. 1. Op tafel liggen ... en messen.
  2. 4. Wat je moet doen aan de kassa.
  3. 6. Op de kermis verkopen ze dit lekkers.
  4. 7. Deze dieren bewegen heel traag.
  5. 9. Papa leest mooie ... voor.
  6. 12. Deze man schiet op wilde dieren in het bos.
  7. 13. Konijnen eten dit graag.
Down
  1. 2. Ze kakelen en leggen eitjes.
  2. 3. Deze mensen hebben geen huizen om in te wonen.
  3. 4. De strenge juffen dragen ze op de neus.
  4. 5. Als je het niet meer weet, ben je het ...
  5. 7. In de zomer is het een daar een beetje frisser.
  6. 8. De glazen staan in de ...
  7. 10. Als iets niet mooi is, is het ...
  8. 11. Het zijn geen echte, maar ... diamanten.