Across
- 3. "Neen, je ... geen cadeautje vandaag".
- 5. De kleur van een wolkeloze hemel.
- 7. = op hetzelfde moment. "De renners gingen ... over de eindstreep."
- 11. Een dier met lange oren, dat graag wortels eet.
- 12. "De supermarkt is op het ... van de straat links."
- 14. Je mama en papa samen, noemen we je ...
- 16. Het veld waar koeien op grazen.
- 19. Een rijtuig op vier wielen.
- 20. De leider van de rooms-katholieke kerk.
Down
- 1. Iets dat niet juist is.
- 2. Een volwassen meisje, noemt men een ...
- 4. Iets wat niemand weet of mag weten.
- 6. De persoon die je haat.
- 8. Het tegenovergestelde van groot.
- 9. Iets met je tanden vastgrijpen.
- 10. "Volgende week ga ik op ... naar Berlijn!"
- 13. Het tegenovergestelde van warm.
- 15. Het tegenovergestelde van braaf.
- 17. Een dikke, smakelijke vloeistof die je over je eten giet.
- 18. Iets met weinig smaak. "Die soep is te ... Doe er wat zout bij!"
