Across
- 1. Op woensdag ga ik paardrijden in de ...
- 6. Mogelijkheid tot werken.
- 8. Hij kwam op voor zijn vriend. Hij heeft een sterke ...
- 10. voortplanting
- 12. reclame
- 13. Een middelbare school.
- 14. Een groep mensen die bepaalt hoeveel punten je krijgt in een wedstrijd.
- 16. Manier van doen en denken.
- 17. Om 19 uur kijken mama en papa naar het ...
- 18. Alle mensen ter wereld.
- 19. Een dier met een lange nek.
Down
- 2. Toen ik in de winkelstraat aan het wandelen was zag ik een mooi kleedje hangen in de ...
- 3. Op het vliegtuig mag je maar 25 kg ... meenemen.
- 4. Ergens verblijven.
- 5. Hij had een grote ... voor de ruimtevaart.
- 7. De auto staat in de ...
- 9. De clowns ... met de ballen.
- 11. We kijken naar de ... op de televisie.
- 14. De jongste van twee personen met dezelfde naam.
- 15. Om te kijken hoe laat het is moet je op je ... kijken.
